Een GPS-tracker zit in een auto meestal op een plek die snel bereikbaar is en niet opvalt. Aan de buitenkant zijn dat vooral de bumpers, de wielkasten, het onderstel en de trekhaak. Binnen gaat het om de ruimte onder de stoelen, het dashboard met de OBD-poort, de bekleding, de spiegel of het plafond en de kofferbak bij het reservewiel. Onder de motorkap zit een tracker meestal bij de accu.

Welke plek iemand kiest, hangt af van de soort tracker. Een magneetkastje met batterij plakt iemand snel aan de buitenkant. Een vast aangesloten tracker heeft stroom nodig en zit daarom bij de bedrading. Wie begrijpt waarom een plek handig is voor een plaatser, weet ook beter waar hij moet kijken. Dat geeft rust en richting als u zich zorgen maakt.

Twijfelt u of er iets aan uw auto zit?

We controleren uw auto discreet op GPS-trackers en andere ongewenste apparatuur, op een plek die u zelf kiest.

Waarom kiest iemand juist die plek?

Drie dingen bepalen waar een tracker komt te zitten. Ten eerste: hoe snel iemand erbij kan. Wie even bij uw geparkeerde auto is, heeft weinig tijd. Ten tweede: stroom. Een tracker zonder eigen batterij moet bij de accu, de bedrading of een aansluiting. Ten derde: ontvangst. Een GPS-tracker werkt het best als het signaal niet door veel metaal wordt tegengehouden. Daarom zitten trackers vaak achter plastic, zoals een bumper of het dashboard, en niet diep tussen het staal.

Plekken aan de buitenkant

1. Achter of onder de bumpers

Bumpers zijn van plastic, dus het signaal komt er goed doorheen. Achter de bumper zit vaak een metalen balk waar een magneet aan blijft zitten. Iemand kan er bij een geparkeerde auto snel bij, zonder op te vallen. Voel aan de binnenkant van de onderrand, zowel voor als achter.

2. In de wielkasten

Achter het kunststof binnenscherm in de wielkast is ruimte voor een kastje met tape of tie-wraps. Het is een plek waar u zelf zelden kijkt. Draai het stuur naar één kant om de voorste wielkasten beter te kunnen zien.

3. Aan het onderstel

Onder de auto zitten veel metalen delen: de dorpels, de balken van het onderstel en de bodemplaat. Een magneetkastje is daar snel geplaatst. Het nadeel voor de plaatser is vuil, water en een minder goed signaal. Daarom zit zo'n kastje vaak aan de rand, niet in het midden en niet bij de hete uitlaat.

4. Bij de trekhaak

Een trekhaak is van metaal en heeft vaak een eigen kabel voor de verlichting van een aanhanger. Rond de trekhaak is dus plek voor een magneetkastje, en soms wordt een tracker op die kabel aangesloten. Kijk ook langs de kabel naar de stekkerdoos.

Plekken in het interieur en de kofferbak

5. Onder de stoelen

Onder een stoel is het donker en kijkt bijna nooit iemand. Een kleine tracker met batterij of een Bluetooth-tag past er makkelijk. Onder de voorstoelen lopen ook kabels. Trek daar niet aan: vaak gaat het om de aansluitingen van de airbags.

6. Het dashboard en de OBD-poort

De OBD-poort onder het dashboard levert stroom en is meteen bereikbaar voor wie in de auto zit. Dat maakt een OBD-tracker makkelijk te plaatsen. Achter het dashboard is ook ruimte voor een vast aangesloten tracker: het is plastic, dicht bij de voorruit en er lopen veel kabels. Hoe zo'n stekker eruitziet, leest u in ons artikel over het kastje in de OBD-poort herkennen.

7. Achter de bekleding

Achter deurpanelen, stijlen en zijpanelen is ruimte, en er loopt vaak een kabel. Een vast aangesloten tracker valt daar niet op. U ziet hem alleen als u de bekleding losmaakt, en dat kan schade geven. Kijk wel of clips los zitten of een paneel niet goed meer aansluit.

8. Bij de binnenspiegel of het plafond

Bij de binnenspiegel zit in veel nieuwere auto's een kastje met sensoren, en soms een stroomkabel voor een dashcam. Dat is een plek met goed zicht op de lucht. Ook achter de hemelbekleding of bij de lampjes in het plafond kan een kleine tracker zitten. Een kabel naar de spiegel die niet bij uw eigen dashcam hoort, is een signaal.

9. De kofferbak en het reservewiel

Onder de bodemplaat van de kofferbak, rond het reservewiel of de bandenreparatieset, is vaak ruimte. Achter de zijpanelen lopen kabels naar de achterlichten. Een tracker kan daar los liggen of op de stroom zijn aangesloten. Ook de hoedenplank is een mogelijke plek, omdat het signaal goed door de achterruit komt.

In de motorruimte bij de accu

Wie een tracker onbeperkt wil laten werken, sluit hem aan op de accu. In de motorruimte zit hij dan vaak bij de accu of bij de zekeringen, soms ingepakt in tape. Onder de motorkap wordt het warm, dus een plaatser kiest meestal een plek aan de rand. Kijk alleen met een koude motor en met de sleutel uit het contact. Maak niets los: aan de bedrading van een auto zitten is niet zonder risico.

Tip: Vindt u op een van deze plekken iets? Laat het zitten en maak foto's. Waarom dat zo belangrijk is, leest u in GPS-tracker verwijderen: doe dit eerst.

Plekken die u beter niet zelf opent

Een deel van deze plekken is lastig of onverstandig om zelf te openen. Denk aan het dashboard, de hemelbekleding en de bedrading in de motorruimte. Ook een tracker die lijkt op een gewoon onderdeel, herkent u niet snel. Wilt u stap voor stap zelf kijken, gebruik dan ons stappenplan om een GPS-tracker op uw auto te vinden. Weet u niet goed waar u naar zoekt? Bekijk dan eerst hoe een GPS-tracker eruitziet.

Blijft u twijfelen? Bij een auto controle op GPS-trackers lopen wij al deze plekken na, met detectieapparatuur en een grondige visuele inspectie. Heeft u een tweedehands auto gekocht, dan speelt er soms nog iets anders: een vorige eigenaar die nog is gekoppeld. Daarover gaat tweedehands auto gekocht: zit er nog een tracker in?

Veelgestelde vragen

Zit een tracker vaker binnen of buiten de auto?

Dat hangt af van de situatie. Wie alleen even bij de buitenkant van de auto kan, kiest meestal een magneetkastje aan de onderkant of achter de bumper. Wie een sleutel heeft of in de auto mag, kan ook binnen iets plaatsen. Controleer daarom altijd allebei.

Werkt een GPS-tracker in een parkeergarage?

Onder de grond of tussen veel beton is het GPS-signaal zwak of weg. Een tracker kan daar dan geen nauwkeurige plek bepalen. Zodra de auto weer buiten rijdt, werkt hij weer gewoon.

Hoe vaak is het verstandig om mijn auto te controleren?

Daar is geen vaste regel voor. Kijk opnieuw als uw auto een tijd buiten uw zicht is geweest, als iemand anders hem heeft gebruikt of als er nieuwe signalen zijn. Na een professionele controle krijgt u tips om het zelf in de gaten te houden.

Kort samengevat

Een GPS-tracker zit vaak waar iemand snel bij kan, waar stroom is of waar het signaal goed door plastic komt. Aan de buitenkant zijn dat de bumpers, wielkasten, het onderstel en de trekhaak. Binnen gaat het om de stoelen, het dashboard en de OBD-poort, de bekleding, de spiegel of het plafond en de kofferbak. Onder de motorkap zit een tracker meestal bij de accu. Maak niets los en fotografeer wat u vindt.

Geschreven door GPS Controle Service. Wij controleren auto's, boten, woningen en bedrijfspanden discreet op GPS-trackers en verborgen apparatuur, in heel Nederland. Lees hoe wij werken.